In het Financieele Dagblad van 9 februari 2026 verscheen een artikel over aankomende wetgeving rond gelijke beloning van mannen en vrouwen in vergelijkbare functies. Het onderwerp is bekend, maar de aanleiding actueel: kennelijk is aanvullende wetgeving nodig om een hardnekkige praktijk te corrigeren.
In een eerder blog ga ik uitgebreider in op de inhoudelijke vraagstukken rond gelijke beloning; hier gebruik ik dit thema uitsluitend als illustratie voor een bredere toezichtvraag.
Voor mij was dit artikel vooral een signaal. Niet alleen over beloning of gendergelijkheid, maar over een fundamentelere vraag voor toezicht:
Hoe weet je als toezichthouder welke maatschappelijke en juridische ontwikkelingen zó relevant zijn, dat ze structureel aandacht verdienen in de boardroom?
Case: wetgeving als verrassing
Nieuwe wetgeving komt zelden uit de lucht vallen. Toch ervaren raden het regelmatig zo. Richtlijnen, rapportageverplichtingen of normverschuivingen worden pas urgent wanneer:
Het FD-artikel over gelijke beloning past in dat patroon. Het raakt aan arbeidsrecht, HR-beleid, cultuur, reputatie en ESG — maar wie heeft dit onderwerp tijdig geagendeerd?
Context: toezicht in een veranderend speelveld
Toezichthouders opereren in een omgeving die continu verandert. Denk aan:
De klassieke toezichtcyclus — plannen, controleren, evalueren — schiet tekort als de blik vooral naar binnen en naar achteren is gericht.
Daarom is de vraag niet alleen wat er op de agenda staat, maar ook hoe die agenda tot stand komt.
Zelfevaluatie: meer dan terugkijken
Zelfevaluaties worden vaak gebruikt om te reflecteren op het afgelopen jaar: rolvastheid, informatievoorziening, samenwerking met het bestuur. Dat is waardevol, maar niet voldoende.
In vooruitkijkende zelfevaluaties stel je ook andere vragen, zoals:
Het gesprek hierover is minstens zo belangrijk als het antwoord.
Van incident naar structuur
Het risico van casussen zoals gelijke beloning is dat ze incident-gedreven worden besproken. Een extern signaal leidt tot een eenmalige agendering, waarna de raad weer overgaat tot de orde van de dag.
Zelfevaluaties bieden de kans om dit patroon te doorbreken en te vragen:
Toezicht is ook agenderen
Vooruitkijkend toezicht betekent niet dat de raad zelf wetgeving moet bijhouden of beleid moet schrijven. Maar het betekent wel:
Dat vraagt om bewust leiderschap in de raad zelf.
Tot slot
Het FD-artikel over gelijke beloning is geen uitzondering, maar een illustratie. Vandaag gaat het hierover; morgen over andere thema’s die raken aan legitimiteit, rechtvaardigheid en maatschappelijke verwachtingen.
De kernvraag voor toezichthouders is daarom niet:
Hebben wij dit onderwerp besproken?
Maar:
Hebben wij ingericht dat we dit soort onderwerpen op tijd zien aankomen?
Zelfevaluaties die ook vooruitblikken, helpen om die vraag niet ad hoc, maar structureel te beantwoorden.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.