In het Financieele Dagblad van 10 februari 2026 verscheen een artikel met een ogenschijnlijk eenvoudige vraag: “Wat verdien jij eigenlijk?”
Achter die vraag gaat een complex en hardnekkig thema schuil: ongelijke beloning tussen mannen en vrouwen, zelfs wanneer functies, verantwoordelijkheden en kwalificaties vergelijkbaar zijn
Dat dit onderwerp opnieuw op de politieke en juridische agenda staat – met aangekondigde wetgeving over gelijke beloning – is veelzeggend. Kennelijk is transparantie en goede intentie alleen niet voldoende gebleken. Ongelijkheid corrigeert zichzelf niet.
Dit raakt mij op twee manieren.
Als toezichthouder, en als iemand die zich bezighoudt met zelfevaluaties van raden van toezicht en raden van commissarissen.
Case: gelijke beloning vraagt meer dan regels
Het FD-artikel laat zien dat loonverschillen vaak niet het gevolg zijn van één expliciete beslissing, maar van een opeenstapeling van aannames, historische afspraken en onzichtbare mechanismen. Denk aan:
Juist omdat deze processen zich deels onder de waterlijn afspelen, zijn ze moeilijk te adresseren. En precies dáár ligt een relevante vraag voor toezicht en governance.
Context: zelfevaluatie als spiegel – of als kompas?
Het woord zelfevaluatie roept al snel het beeld op van terugkijken:
Wat ging goed? Wat kan beter? Hebben we onze rol goed vervuld?
Maar wie zelfevaluatie uitsluitend ziet als een terugblik, doet zichzelf tekort. In mijn ervaring is een goede zelfevaluatie juist een overgangsmoment:
een pas op de plaats om vervolgens gerichter vooruit te kunnen.
De vraag is dus niet alleen:
Hebben we het afgelopen jaar voldoende aandacht gehad voor dit thema?
Maar vooral:
Welke vragen durven we onszelf te stellen voor het jaar dat voor ons ligt?
Gelijkwaardigheid als governance-vraagstuk
Gelijke beloning wordt vaak gezien als een HR- of compliance-thema. Maar dat is te beperkt. Het raakt aan kernvragen van governance:
Voor toezichthouders vraagt dit om meer dan het afvinken van beleid of rapportages. Het vraagt om nieuwsgierigheid, doorvragen en soms ook om ongemak.
De zelfevaluatie als vooruitkijkinstrument
Juist in zelfevaluaties ligt een kans om dit thema expliciet te agenderen. Niet als moreel oordeel, maar als gezamenlijke reflectie. Bijvoorbeeld door vragen te stellen als:
Dit zijn geen vragen die je snel ‘oplost’. Maar het zijn wel vragen die richting geven aan het gesprek – en daarmee aan het komende jaar.
Vooruitblikken is verantwoordelijkheid nemen
Nieuwe wetgeving zal organisaties dwingen tot meer transparantie. Maar toezicht dat pas in beweging komt wanneer de wet dat vereist, loopt achter de feiten aan.
Vooruitkijkende zelfevaluaties helpen raden om de agenda zelf te zetten. Om thema’s als gelijkwaardigheid, inclusie en beloning niet alleen reactief te behandelen, maar proactief te verkennen:
Tot slot
Zelfevaluatie is geen ritueel en geen verantwoordingsdocument. Het is een leer- en richtmoment.
Wie het goed benut, kijkt niet alleen in de achteruitkijkspiegel, maar stelt ook het navigatiesysteem opnieuw in.
Gelijke beloning is daarbij geen technisch detail, maar een lakmoesproef voor hoe serieus organisaties – en hun toezichthouders – gelijkwaardigheid nemen.
Misschien is dát wel de belangrijkste vraag voor het komende jaar:
Waar kijken wij straks op terug – omdat we het gezien hebben, of omdat we het gemist hebben?