Voldoende én tijdig geïnformeerd: een onderschatte randvoorwaarde voor goed toezicht.

Waarom dit thema urgent is

De praktijk: twee situaties waarin timing bepalend was

1.Financiële tegenvaller die ‘plotseling’ zichtbaar werd (Floriade)

In het publieke domein werd de gemeente Almere in 2021 geconfronteerd met een forse tegenvaller bij de Floriade. Interne kosteninschattingen en ramingen bleken maanden eerder al bekend te zijn bij operationele teams, maar kwamen pas in een laat stadium in formele bestuur- en toezichtlijnen terecht. 

De governancevraag zit niet alleen in “hoeveel kost het?”, maar vooral in: 

  • Wanneer risico’s intern zichtbaar worden, 
  • Wanneer ze gedeeld worden met toezichthouders, 
  • En wie bepaalt wat “voldoende onderbouwd” is om te melden. 

Hier ontstaat een pijnlijk maar bekend patroon: 

Risico’s bestaan al → governance ziet ze laat → handelingsruimte daalt 

Het is niet (alleen) de informatie zelf die spanning creëert, maar de tijdsvertraging in het delen ervan. 

2.Maatschappelijk gevoelige kwestie in een publieke sectorinstelling met een maatschappelijke opdracht

In een publieke sectorinstelling speelde een kwestie rondom grondrechten, arbeidsrecht en reputatie. De Toezichthouder werd pas in een zeer laat stadium (de avond vóór publieke berichtgeving) geïnformeerd. Daardoor werden toezicht en externe verantwoording feitelijk onmogelijk, omdat: 

  • Media, 
  • OR/vakbond, 
  • Maatschappelijke opinie, 
  • En juridische kaders 

Parallel en versneld gingen bewegen. 

 

Intern voelde het onderwerp nog “in behandeling”; extern was het al escalerend. 

Dit laat zien dat tijdigheid niet alleen technisch, maar ook maatschappelijk is: 

Zodra een dossier politiek of waardengeladen wordt, verandert informatie van feitelijk naar strategisch — en daarmee van tijdig naar te laat. 

Media fungeren in zulke situaties bovendien niet alleen als verslaggever, maar vaak ook als versneller van publieke accountability. 

De onderliggende mechanismen (mens+ systeem + politiek)

Uit deze twee multilayered situaties zijn drie governance-mechanismen te destilleren die ik in zelfevaluaties vaak tegenkom: 

Mechanisme 1 — Informatiedissymetrie 

Het bestuur beschikt altijd over meer operationele kennis dan toezicht. 
Dat is logisch — maar risicovol wanneer er geen afspraken bestaan over onzekerheden en pre-escalatie. 

Mechanisme 2 — Frictie tussen snelheid en volledigheid 

Financiële en maatschappelijke dossiers bewegen sneller dan governance-cycli. 
Wie wacht tot informatie “volledig” is, deelt vaak te laat. 

Governance heeft dus te maken met: 

  • Snelle dynamiek,  
  • Trage besluitvorming, 
  • En verschillende tijdsbelevingen. 

Mechanisme 3 — Rolvastheid onder spanning 

Wanneer het spannend wordt, verandert informatie: 

  • Van beschrijvend naar strategisch, 
  • Van feitelijk naar politiek. 

Dat is precies het moment waarop rolvastheid cruciaal wordt: 
Wat hoort bij bestuur, wat hoort bij toezicht, en wanneer wordt delen plicht? 

Reflectievragen voor zelfevaluaties

Voor toezichthouders en bestuurders ontstaat hier een waardevolle spiegel: 

Informatiekwaliteit 

  • Welke informatie krijgen we structureel, en welke niet? 
  • Hoe verifiëren we aannames zonder wantrouwen? 

Tijdigheid 

  • Wanneer is laat eigenlijk “te laat”? 
  • Wat doen we met signalen die nog niet volledig zijn? 

Scenario-denken 

  • Worden risico’s gedeeld als scenario, of pas als feit? 

Stakeholders 

  • Wat doen we met signalen van OR, vakbonden, gemeenten, fondsen, media? 

Rolvastheid 

  • Welke onderwerpen zijn bestuurlijk, welke toezicht, welke maatschappelijk? 

Tot slot 

Voldoende geïnformeerd zijn is belangrijk. 
Tijdig geïnformeerd zijn is bestuurlijk cruciaal. 

Juist daarom pleit ik voor zelfevaluaties die niet alleen gaan over formele documenten en vergaderfrequentie, maar ook over tijdvertrouwenscenario’s en politieke filtering. Dáár zit vaak de echte leerwaarde voor toezicht én bestuur.